Gods genezing is geprofeteerd

Wij hebben bijna alle Oudtestamentische boeken behandeld op het gebied van genezing. Wij zijn nu aangekomen bij de profeten. De profeten zijn prachtige boeken die lessen geven over Gods goedheid, genade en oordeel. De profeten verwijzen naar de tijd van de ballingschap, de tijd dat Jezus naar de aarde was gekomen en de tijd dat Jezus wederkomt. Om te begrijpen waarom Israël en Juda in ballingschap moesten gaan en te maken kregen met verschrikkelijke omstandigheden en ziekten, moeten wij de profeten nauwkeurig bestuderen. Maar voordat wij naar de ballingschap kijken, bestuderen wij eerst verschillende teksten met betrekking tot genezing in de profeten.

Reden 34: De striemen van Jezus

Eén van de bekendste teksten over genezing kunnen wij vinden in Jesaja 53. Dit hoofdstuk profeteerde wat Jezus honderden jaren later zou doen. Dit hoofdstuk spreekt over het kruis, en hoe Jezus verzoening voor ons zou bewerken. Het offer van Jezus aan het kruis zorgde ervoor dat we vergeven werden van al onze zonden. Maar het offer zorgde ook voor iets anders, namelijk dat wij genezen werden van onze ziekten. Jezus heeft onze zonden gedragen, zodat wij rechtvaardig zijn.

Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem. (2 Korinthe 5:21)

Zo heeft Jezus ook onze ziekten gedragen, zodat wij gezond zijn.

(…) Door Zijn striemen bent u genezen. (1 Petrus 2:24)

De laatste dag dat Jezus op aarde was, heeft Hij veel geleden. Jezus deed dit voor ons. Niet alleen aan het kruis had Jezus geleden, maar ook daarvoor werd Hij al verschrikkelijk behandeld door degenen die Hem gevangen hielden.

Toen spuwden zij in Zijn gezicht en sloegen Hem met vuisten. En anderen sloegen Hem in het gezicht en zeiden: Profeteer ons, Christus: wie is het die U geslagen heeft? (Mattheüs 26:67-68)

Toen liet hij Barabbas voor hen los, maar nadat hij Jezus gegeseld had, gaf hij Hem over om gekruisigd te worden. (Mattheüs 27:26)

Ook bespuwden zij Hem, pakten de rietstok en sloegen Hem op Zijn hoofd. (Mattheüs 27:30)

Dit was verschrikkelijk. Door de geseling en door de slagen ontving Jezus veel lichamelijke ongemakken. Tijdens de geseling vloeide het bloed uit Jezus Zijn hoofd, rug, buik, armen en benen. Overal werd Hij geslagen door een verschrikkelijke zweep die veel van Zijn huid meenam. De geseling was verschrikkelijk, en Jezus zag er niet meer uit als een normale mens. Dit werd gedaan vlak voordat Hij gekruisigd werd.

Maar waarom werd Jezus gegeseld? Dat lezen wij in Jesaja 53.

(…) Door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen. (Jesaja 53:5)

De reden waarom Jezus gegeseld werd, was zodat Hij de prijs kon betalen om ons te genezen van ziekte. Eerst was Jezus nooit ziek. Hij was God, en God kent geen gebreken, ongemakken of lichamelijke pijnen. Maar Jezus kwam naar de aarde, en tijdens de kruisiging was Jezus zich zeer goed bewust wat pijn en ziekte inhielden.

Jezus ontving elke klap van de gesel, in het besef dat de prijs van de ziekte en kwalen betaald zou worden. Jezus werd verminkt, mishandeld, lichamelijk zwak en ziek gemaakt, omdat Hij wilde dat wij gezond zouden zijn en geen lichamelijke ziekten zouden hebben. Dit zegt veel over de liefde van Jezus voor ons en Zijn wil om ons te genezen. Jezus wil ons genezen, Hij had zelfs Zijn eigen leven hiervoor over.

Misschien ben je zelf ziek. Er zijn misschien veel mensen in jouw omgeving die wensen, bidden, hopen of geloven dat jij gezond zal worden. Maar hoeveel mensen willen de ziekte zelf dragen, zodat jij gezond kan leven? Ik denk niet veel. Toch is er iemand die jouw ziekte al op zich nam. Iemand die Zijn leven gaf, zodat jij gezond zou worden. Iemand die geleden had, pijn had, ziek werd gemaakt en waarvan het bloed uit Zijn hoofd, buik, rug en hele lichaam stroomde, zodat jij compleet hersteld zou worden. En dat allemaal voor jou.

Soms zijn er dingen die we heel graag willen hebben. Denk aan een eigen huis, auto, vakantie of andere zegening. Maar hoeveel zou je ervoor over hebben? Voor een huis heb je veel geld over, velen nemen een hypotheek die ze in dertig jaar moeten aflossen. Maar zal er iemand zijn die zijn leven zal geven voor een huis? Ik hoop het in ieder geval niet. Iedereen wil mooie dingen ontvangen, zolang het in verhouding staat met wat het kost. Jouw genezing kostte Jezus Zijn leven en Zijn gezondheid. Hij werd zwak gemaakt, zodat jij sterk zou worden. Wat zegt dit over het feit dat Jezus wil dat je gezond bent? Jezus heeft jouw gezondheid betaald met Zijn eigen leven. Er is niemand op aarde, in jouw familie, vriendenkring of jijzelf, die liever wil dat jij gezond bent dan Jezus Christus. Jezus wil jou genezen, dat is één van de redenen waarom Hij op de aarde is gekomen.

Maar Jezus is toch op aarde gekomen om mij te verlossen en vergeven van zonde? Klopt helemaal. Maar Jezus is ook op aarde gekomen om jou te genezen en te verlossen van de ziektemacht. Het is niet vergeving of genezing, het is vergeving en genezing. Jezus wil jou namelijk compleet herstellen, zowel jouw lichaam, ziel en geest.

En moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus. (1 Thessalonicenzen 5:23)

Jezus is ook geïnteresseerd in jouw lichaam. Zelfs zo erg, dat Hij zich liet gijzelen, zodat jouw lichaam gezond zou worden.

(…) En door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen. (Jesaja 53:5)

Let er ook op in welke tijd deze zin staat. Er staat: ‘is gekomen.’ Het is er al. In de geestelijke wereld is jouw gezondheid en lichamelijke sterkte al ontvangen. Je hebt het al in jouw geest ontvangen. Het is niet meer een toekomstige gebeurtenis, het is al gebeurd. Het enige wat er nog moet gebeuren, is dat jouw genezing van jouw geest naar jouw lichaam stroomt. God heeft het al gegeven, het is aan ons om het te ontvangen in geloof zodat het zichtbaar zal zijn in jouw lichaam.

In de NBV21 zien we dit nog krachtiger: Zijn striemen gaven ons genezing.

Het is al verleden tijd. Zijn striemen gaven ons genezing. Het is al gebeurd. In jouw geest is het al gegeven en ben je gezond. Door geloof zal dit stromen vanuit jouw geest naar jouw lichaam. Je hoeft het niet meer te ontvangen. Je hoeft niet God ‘gunstig te stemmen’, zodat Hij in beweging komt. We hoeven niet jarenlang te vasten, te proclameren, te bidden of Bijbel te lezen om gezond te worden. We hebben het al ontvangen toen onze geest wedergeboren werd tijdens de bekering, en nu is het alleen nog de tijd om dit zichtbaar te zien worden in het lichaam.

Het is goed om te vasten, bidden, proclameren, Bijbel te lezen en God te zoeken. Maar het is niet zo dat God ons gezondheid geeft wanneer wij deze dingen doen. Het is niet zo dat ‘ik geef dit aan God, en God geeft gezondheid ervoor terug’. Nee, het enige wat nodig is, is de openbaring en het geloof dat God jouw genezing en gezondheid al geschonken heeft en dat ziekte geen recht heeft op jouw lichaam.

Wat zorgde voor jouw genezing?

(…) En door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen. (Jesaja 53:5)

De striemen van Jezus zorgde voor jouw genezing. Wanneer is deze genezing dan betaald? Op het moment dat Jezus striemen ontving door de geseling van de Romeinen. Wanneer was dit gebeurd? Rond het jaar 30 na Christus, zo’n 2.000 jaar geleden. Oftewel, de prijs is allang betaald en de prijs is voor iedereen betaald. De volgende Bijbeltekst die ik jou wil laten zien, spreekt over de vergeving en verlossing van zonden. Maar hetzelfde is waar voor de verlossing van ziekten.

Hij (Jezus) offert zichzelf daar niet telkens opnieuw; Hij is dus niet te vergelijken met de hogepriester die elk jaar het heiligdom binnengaat, met bloed dat het zijne niet is, want dan zou Hij sinds de grondvesting van de wereld telkens opnieuw hebben moeten lijden. Nee, Hij heeft zich bij de voltooiing van de tijden eenmaal geopenbaard, om met zijn offer de zonde teniet te doen. (Hebreeën 9:25-26, NBV21)

Stel, je hebt vandaag een zonde begaan. God vergeeft je voor die zonde, op basis van het offer van Jezus. Jezus hoeft niet opnieuw naar de aarde te komen, om opnieuw gekruisigd te worden, zodat jouw zonde vergeven wordt. Het offer van Jezus van 2.000 jaar geleden heeft de schuld van de zonde al betaald. Er is niet een nieuw verzoenoffer nodig.

Zo is het ook met ziekten. Jezus hoeft niet opnieuw iets te doen om jouw ziekte te verslaan. Jezus hoeft niet opnieuw naar de aarde te komen, om opnieuw gegeseld te worden, zodat jij gezond wordt. Net zoals het offer van Jezus van 2.000 jaar geleden al jouw zonden heeft ‘betaald’ en verzoend, zo hebben de striemen van Jezus van 2.000 jaar geleden al jouw ziekten en kwalen ‘betaald’. In de hemel is er niet een extra inspanning nodig, zodat jij geneest. Die prijs is al betaald, en de gezondheid is al bij jou bezorgd. Nu is het alleen nodig dat die gezondheid die is bezorgd in jouw geest, doorstroomt naar jouw lichaam.

Reden 35: De ziekte is gedragen

In de vorige reden lazen wij over de striemen van Jezus. Deze Bijbeltekst staat in een grotere profetie van Jesaja. Laten wij een aantal verzen lezen van die profetie.

Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen. Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg. Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem doen neerkomen. (Jesaja 53:4-6)

Dit is een prachtige tekst met beloften over genezing. Laten wij vers 4 verder bestuderen. Hierin staat dat Jezus onze ziekten op Zich heeft genomen en onze smarten heeft gedragen. Wanneer wij het woord ‘ziekten’ bestuderen in het Hebreeuws, dan gaat dit over lichamelijke ziekten, of een vergelijking naar lichamelijke ziekten. Hetzelfde Hebreeuwse woord komen wij ook tegen in de volgende Bijbeltekst:

De HEERE zal alle ziekte van u weren (…) (Deuteronomium 7:15)

De volgende twee Bijbelteksten hadden wij al behandeld. Wanneer de Israëlieten God ongehoorzaam waren, zou de vloek over hen komen. Ze zouden onder andere ziek worden.

(…) het zullen grote en aanhoudende plagen, en kwaadaardige en aanhoudende ziekten zijn. (Deuteronomium 28:59)

Ook iedere ziekte en iedere plaag die niet in het boek met deze wet geschreven is, zal de HEERE over u laten komen, totdat u weggevaagd wordt. (Deuteronomium 28:61)

En Jezus heeft al deze ziekte gedragen. Hetzelfde Hebreeuwse woord voor ziekte wordt gebruikt in Deuteronomium 28 en Jesaja 53. Ook bij het volgende vers wordt hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt.

Het gebeurde na deze dingen dat de zoon van deze vrouw, de vrouw des huizes, ziek werd. Zijn ziekte werd zeer ernstig, totdat er in hem geen adem overbleef. (1 Koningen 17:17)[1]

Jezus heeft dus onze lichamelijke ziekten gedragen.

Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen. (Jesaja 53:4)

Dan is het nu tijd om te kijken wat ‘smarten’ betekent. De NBV21 en HTB spreken over ‘lijden’ en de BB over ‘pijn’. De Engelse vertalingen NIV, NASB, AMP en CEV gebruiken ook het woord ‘pijn’ en de NLT en BSB spreken over ‘zwakheden’. In de Bijbel spreekt het Hebreeuwse woord voor ‘smarten’ over zowel lichamelijke pijn als over geestelijke pijn. Toch weten wij zeker dat in Jesaja 53:4 vooral de lichamelijke pijn en zwakheden worden bedoeld. Dit geloofde ook Mattheüs, die deze Bijbeltekst citeerde in zijn evangelie.

(…) Hij genas allen die er slecht aan toe waren, opdat vervuld werd wat gesproken was door de profeet Jesaja toen hij zei: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen. (Mattheüs 8:16-17)

Jesaja bedoelde dus dat Jezus onze ziekten op zich heeft genomen en onze pijnen en smarten heeft gedragen. Doordat Jezus dit heeft gedragen, hoeven wij dit niet meer te dragen. Dit zegt niet alleen het Oude Testament, maar ook het Nieuwe Testament in Mattheüs 8:16-17. Jezus is ook naar de aarde gekomen om onze ziekten te dragen, waardoor wij zonder ziekten mogen leven. Jezus heeft als het ware de ziekten ‘weggedragen’ van ons leven.

[1] Andere Bijbelteksten waar dit Hebreeuwse woord voor ziekte in voorkomt, zijn 2 Koningen 1:2, 8:8-9, 13:14, 2 Kronieken 16:12, 21:15-19, Psalm 41:3, Prediker 5:17, 6:2, Jesaja 1:5, 38:9, 53:3-4, Jeremia 6:7, 10:19 en Hosea 5:13.

Reden 36: De genezende Messias

Het is ook belangrijk om te weten dat de profeten profeteerden over de komst van de Messias. Eén van de eigenschappen van de Messias is dat Hij geneest. Toen Johannes de Doper twijfelde of Jezus echt de Messias was, stuurde hij zijn discipelen naar Jezus toe met de vraag of Hij de Messias was, of dat ze iemand anders moesten verwachten. Jezus beantwoordde Johannes zijn vraag met het volgende:

Ga heen en bericht Johannes wat u hoort en ziet: blinden worden ziende en kreupelen kunnen lopen; melaatsen worden gereinigd en doven kunnen horen; doden worden opgewekt en aan armen wordt het Evangelie verkondigd; en zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt. (Mattheüs 11:4-6)

Waarom beantwoordde Jezus Zijn vraag op deze manier? Omdat de mensen de Messias konden herkennen aan deze tekenen. God had namelijk in het Oude Testament geprofeteerd dat de Messias deze dingen zou doen.

Dan zullen de ogen van de blinden worden opengedaan, de oren van de doven zullen worden geopend. Dan zal de kreupele springen als een hert, de tong van de stomme zal juichen. (…) (Jesaja 35:5-6)

Op die dag zullen de doven horen de woorden van het Boek, en, verlost van donkerheid en duisternis, zullen de ogen van de blinden zien. (Jesaja 29:18)

De Messias zou dus herkend worden aan deze prachtige genezingstekenen. En de Messias, Jezus Christus, verrichtte duizenden en duizenden genezingen. Dit werd vervuld in de tijd dat Jezus op aarde leefde. Toen gingen de blinden zien en de doven horen. Natuurlijk zal deze profetie volmaakt vervuld worden in het duizendjarig vrederijk. Maar tegelijkertijd mogen wij beseffen dat Jezus vandaag ook de Messias is en dat Hij de Koning is van de gelovigen. Oftewel, wat Jezus in het duizendjarig vrederijk zal doen, wil Hij vandaag ook doen voor de gelovigen. Dit zagen wij gebeuren toen Jezus op aarde was. Maar ook toen Jezus de aarde verliet tijdens de hemelvaart, bleef de opdracht voor de discipelen om zieken te genezen hetzelfde.

En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: (…) op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden. (Markus 16:17-18)

In het Oude Testament werd dus al geprofeteerd dat de Messias zou genezen en dit werd vervuld in het Nieuwe Testament.

Reden 37: De vermoeiden ontvangen kracht

Ziekte is niet leuk. Naast de lichamelijke ongemakken, kan dit er ook voor zorgen dat iemand lichamelijk en geestelijk vermoeid raakt. Soms zorgt ziekte ervoor dat iemand moeilijker kan slapen. Of het lichaam is de hele tijd bezig, zodat iemand sneller moe is. In deze reden gaan wij een prachtig vers lezen over het ontvangen van kracht.

Weet u het niet? Hebt u het niet gehoord? De eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, wordt niet moe en niet afgemat. Er is geen doorgronding van Zijn inzicht. Hij geeft de vermoeide kracht en Hij vermeerdert de sterkte van wie geen krachten heeft. Jongeren zullen moe en afgemat worden, jonge mannen zullen zeker struikelen; maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen, zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden, zij zullen snel lopen en niet afgemat worden, zij zullen lopen en niet moe worden. (Jesaja 40:28-31)

Dit is een prachtige belofte uit Gods Woord. Misschien voel je je moe en uitgeblust. Misschien weet je in de ochtend al niet meer hoe je tot de avond moet doorgaan. Laat dit dan een bemoediging zijn voor jou. Laat God je kracht vernieuwen, zodat je weer net zo fris, krachtig en vol energie bent zoals je vroeger was. En zelfs meer. Zoals God niet moe wordt, of uitgeput raakt, zo wil Hij ons ook kracht geven. Zodat wij zelfs meer kracht en meer energie ontvangen dan de jongeren.

God wil deze energie en kracht graag geven. God is zelf een God van kracht en energie. Wanneer wij in Zijn aanwezigheid komen, Hem eren, voor Hem zingen en tijd met Hem doorbrengen, zal de kracht stromen. In Zijn aanwezigheid is er kracht en rust.  

Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht. (Mattheüs 11:28-30)

Wanneer wij in de stilte en in de aanwezigheid van God stappen, dan hoort er rust te zijn. Natuurlijk zijn er momenten van vreugde en is het mogelijk dat je uit blijdschap uit je dak gaat voor God. Maar wanneer wij in Gods aanwezigheid zijn, geeft dit rust en vrede. Wij mogen als kinderen ontvangen van God. Wanneer wij in Zijn aanwezigheid zijn, hoeven wij niet bezig te zijn met religie en met rituelen. Wij hoeven niet eerst drie uur te bidden, vervolgens drie uur Bijbel te lezen en daarna nog dertig liederen zingen om in Zijn aanwezig te komen. Wij mogen gewoon ontvangen. Wij mogen in onze binnenkamer gaan, en tot God naderen. God komt niet naar jou toe als je tot Hem bidt, zingt of wat dan ook doet. Hij is er al. Hij was er al voordat je je stille tijd houdt, en Hij is er nadat je klaar bent met stille tijd. Het enige wat je doet tijdens je stille tijd, is al je gedachten, zorgen en afleidingen wegdoen, en je te richten op God, die al aanwezig is. Je hoeft niet God ‘uit de hemel omlaag te halen’. Hij woont al in jou door de inwoning van de Heilige Geest. Denk niet dat het door jouw goede werken of rituelen komt dat je een relatie met God hebt verdiend. Hij is er al, Hij wil bij jou zijn en Hij wil jou kracht, rust en gezondheid geven. Je hoeft het niet te verdienen, je mag het in alle rust ontvangen.

Wij die tot geloof gekomen zijn, gaan immers de rust binnen. (…) (Hebreeën 4:3)

God is dus de God die jou kracht, gezondheid, energie en rust wil geven. God wil niet dat je zwak bent, altijd moe bent en altijd met moeite door het leven gaat, God wil dat je krachtig bent, vol van gezondheid en lichamelijke sterkte en rust.

Ik wil één ding duidelijk maken bij het bestuderen van deze teksten. Je hebt ook lichamelijke rust nodig. Je mag deze teksten niet gebruiken om een ongezond levenspatroon goed te praten. Het is niet de bedoeling om elke dag om drie uur ‘s nachts naar bed te gaan, en vervolgens om zes uur ’s ochtends weer op te staan om te werken. Het is ook geen excuus om geen rustperioden te nemen, maar alleen maar bezig te zijn met werk. Je hebt rust nodig. God heeft ons lichaam gemaakt, en God heeft bepaald dat de mens moet rusten. De mens is niet gemaakt om alleen maar te werken, de mens heeft slaap, eten, drinken en zuurstof nodig. Als je één van deze dingen afpakt van de mens, dan overleeft hij het niet. Wist je dat de mens langer zonder eten kan dan zonder slaap? Slapen, uitrusten en ontspanning heeft God in de mens gestopt. Jezus zelf zegt:

De sabbat is gemaakt ter wille van de mens, niet de mens ter wille van de sabbat. (Markus 2:27)

De sabbat is een rustperiode van één dag in de week. In Israël konden de mensen zes dagen werken, maar één dag mochten ze geen werk verrichten. Jezus maakt in de context waarin deze tekst staat duidelijk dat wij niet religieus hoeven om te gaan met de sabbat. De sabbat is er juist voor de mens, als een zegening en niet als een verplichting.

Laat het duidelijk zijn, ik zeg niet dat je verplicht bent om één dag per week niet te mogen werken of werkzaamheden uit te voeren. In tegendeel, je bent vrij om te bepalen wat je doet. Maar het zal goed voor je zijn om minimaal één dag per week rustig aan te doen, niet bezig te zijn met werk, maar gewoon te ontspannen in de aanwezigheid van God.

Reden 38: Rechtvaardigheid en gezondheid

De volgende Bijbeltekst die wij bestuderen, hebben wij al behandeld. Toch wil ik deze tekst ook in dit hoofdstuk benoemen, om het overzicht compleet te maken. In het boek Ezechiël lezen wij dat God het volk in ballingschap wilde brengen, vanwege alle zonden die zij deden. Ook ontvingen zij verschrikkelijke plagen, zoals de pest en hongersnood. Maar wat zou er gebeuren met de rechtvaardigen? Wat zou er gebeuren als iemand wel zou luisteren naar de geboden en wetten van God? Zou diegene dan ook de pest en ziekte ontvangen, net als alle anderen die in zonde leefden?

Het woord van de HEERE kwam tot mij: Mensenkind, wanneer een land tegen Mij zondigt door trouwbreuk te plegen, dan zal Ik Mijn hand ertegen uitstrekken, het er aan brood laten ontbreken en hongersnood erin zenden, zodat Ik daar mens en dier uitroei. Al zouden te midden ervan deze drie mannen zijn, Noach, Daniël en Job, dan zouden zij alleen door hun gerechtigheid hun eigen leven redden, spreekt de Heere HEERE. (…) Of als Ik de pest in dat land zou zenden en Mijn grimmigheid erover bloedig uitstorten om daar mens en dier uit te roeien, en al zouden Noach, Daniël en Job in het midden ervan zijn, zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, geen zoon, geen dochter zouden zij kunnen redden, zíj zouden door hun gerechtigheid alleen hun eigen leven redden. (Ezechiël 14:12-20)

Dit laat zien dat zelfs wanneer een heel land in zonde viel, God nog steeds zou denken aan de rechtvaardigen. God zal niet toestaan dat een rechtvaardige om het leven komt door de pest.

Dit laat dus zien dat het niet Gods wil is om rechtvaardigen te straffen of te belonen met ziekte. God zal zelfs een uitzondering voor de rechtvaardige maken. Ook al zou het hele land te maken hebben met de pest, de rechtvaardige zal door God beschermd worden.

Reden 39: God geneest Zijn schapen

In het Nieuwe Testament worden de gelovigen vaak voorgesteld als schapen. Jezus en de Bijbel vergelijkt ons vaak als schapen.

Toen Hij de menigte zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, zoals schapen die geen herder hebben. (Mattheüs 9:36)

Jezus wil niet dat mensen er vermoeid of hulpeloos bij liggen. Jezus wil dat ze een herder hebben, die voor hen zorgt. In de studies over het Nieuwe Testament zullen wij dieper ingaan op het onderwijs en genezingen van Jezus. Ik wil je alleen laten zien dat Jezus wil dat Zijn schapen worden geleid door goede herders, die de kudde met ontferming kunnen leiden en helpen. Jezus was niet de eerste die de kinderen van God (In het Oude Testament gaat dit dus in eerste instantie over Israël) vergeleek met schapen zonder goede herder. Ook de profeten in het Oude Testament lieten dit beeld zien, waarbij zij de leiders van Israël vergeleken met slechte herders.

De HEER richtte zich tot mij: ‘Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer en zeg tegen hen: “Dit zegt God, de HEER: Wee jullie, herders van Israël, want jullie hebben alleen jezelf geweid! Horen herders niet hun schapen te weiden? Jullie eten wel van hun kaas, jullie gebruiken hun wol voor je kleren en jullie slachten de vette dieren, maar de schapen weiden, dat doen jullie niet. Zwakke dieren hebben jullie niet laten aansterken, zieke dieren niet genezen, gewonde dieren niet verbonden, verjaagde dieren niet teruggehaald, verdwaalde dieren niet gezocht – jullie hebben de dieren hard en wreed behandeld. Zonder herder raakten ze verstrooid, en werden ze door wilde dieren verslonden. Mijn schapen zijn verstrooid, ze dwalen rond in de bergen en hoog in de heuvels; over heel het aardoppervlak raken ze verstrooid, en er is niemand die naar ze omziet, niemand die naar ze op zoek gaat. (Ezechiël 34:1-6, NBV21)

God vond het verschrikkelijk dat de leiders van Israël niet omkeken naar de inwoners van Israël, de schapen. Hij nam het hun zeer kwalijk dat ze de zwakken niet aansterkten, zieken niet genazen en gewonde dieren niet verzorgden. Als wij dit vertalen naar de Nieuwtestamentische gemeente, dan wil God voorgangers en oudsten die er voor hun gemeente zijn. God wil dat ‘zwakke’ gemeenteleden worden aangesterkt met bijvoorbeeld Bijbels onderwijs, gebed of andere hulpmiddelen. En God wil dat zieke gemeenteleden worden genezen, door onder andere het gebed van geloof.

Is iemand onder u ziek? Laat hij dan de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen en laten die voor hem bidden en hem met olie zalven in de Naam van de Heere. En het gelovige gebed zal de zieke behouden en de Heere zal hem weer oprichten. En als hij zonden gedaan heeft, zal hem dat vergeven worden. (Jakobus 5:14-15)

Het is de verantwoordelijkheid van de leiders in de gemeente om voor hun kudde te zorgen. God heeft Zijn schapen toevertrouwd in de handen van de kerkleiders, en het is hun taak om de schapen goed te verzorgen.

In de volgende verzen spreekt God deze herders aan en laat hun weten dat Hij zich tegen hen keert, en Zijn schapen zelf zal leiden.

Dit zegt God, de HEER: Ik zal zelf naar mijn schapen omzien en zelf voor ze zorgen. Zoals een herder naar zijn kudde op zoek gaat als zijn dieren verstrooid zijn geraakt, zo zal Ik naar mijn schapen op zoek gaan en ze redden, uit alle plaatsen waarover ze zijn verspreid op een dag van dreigende, donkere wolken. Ik zal ze bij alle volken weghalen en uit alle landen bijeenbrengen, Ik zal ze naar hun eigen land laten gaan. Op de bergen van Israël en bij de waterstromen zal Ik ze weiden, overal in het land waar mensen wonen. Ik zal ze laten grazen op een goede weide, ook hoog in de bergen van Israël zullen ze gras vinden; op Israëls bergen zullen ze rusten op groen grasland en in een grazige weide. Ikzelf zal mijn schapen weiden en ze laten rusten – spreekt God, de HEER. (Ezechiël 34:11-15, NBV21)

Deze tekst is ten eerste bedoeld voor het volk van Israël. Maar God wil ons ook zegenen met dezelfde zegeningen. Of, zoals Jezus zegt:

Ik heb nog andere schapen, die niet van deze schaapskooi zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder. (Johannes 10:16)

Wij hebben ook God als Herder, en als God de Israëlieten laat trekken door grazige weiden en waterstromen, doet God dat ook voor de heidense gelovigen. Het is niet zo dat God denkt: ‘O! Er is een Israëliet die in mij gelooft. Laat Ik Hem weiden, voor Hem zorgen en Hem het beste laten eten en drinken.’ En vervolgens denkt Hij over een heiden die tot geloof is gekomen: ‘O, daar heb je weer een heidense gelovige. Laat Ik hem maar in de woestijn zetten. Ik zie wel of hij de eindstreep van het geloof haalt. Laat hem maar eten van de restjes en drinken uit een vervuilde waterpoel. Dan weet hij hoe het is om Mij lief te hebben onder alle omstandigheden.’ Nee, wat God als Herder voor het volk Israël wil doen, wil Hij ook als herder voor jou en mij doen. God wil ons leiden en naar ons omzien als een goede Herder. En hier komt nog de mooiste Bijbeltekst uit Ezechiël 34 met betrekking tot genezing.

Ik zal naar verdwaalde dieren op zoek gaan, verjaagde dieren terughalen, gewonde dieren verbinden, zieke dieren gezond maken (…) (Ezechiël 34:16, NBV21)

Als de leiders van Israël besluiten om niet de kudde te verzorgen, dan zal God komen om de kudde te verzorgen. God zal de zieken genezen, de gewonden verbinden en de verdwaalden terughalen. God zal zelf in actie komen. God vindt het erg belangrijk dat de zieken genezen worden. En God heeft deze profetie al gedeeltelijk vervuld, doordat Jezus naar de aarde kwam. Laten wij nogmaals Mattheüs 9 lezen.

Toen Hij de menigte zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, zoals schapen die geen herder hebben. (Mattheüs 9:36)

Wist je dat deze tekst ook spreekt over het genezen van de zieken? Lees maar met mij mee wat er voor dit vers gebeurde.

En Jezus trok rond in al de steden en dorpen en gaf onderwijs in hun synagogen, en Hij predikte het Evangelie van het Koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk. (Mattheüs 9:35)

Jezus wilde niet alleen het goede nieuws verkondigen, Hij wilde ook voorzien in de verlossing van ziekten en de verlossing van het lichaam. Jezus had alleen één probleem. Er waren heel veel zieken en er was veel werk te doen. Zoveel, dat Jezus het niet alleen kon doen tijdens Zijn aardse bediening. Daarom gaf Hij Zijn discipelen opdracht om te bidden dat God meer arbeiders zou sturen in de oogst.

Toen zei Hij tegen Zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders. Bid daarom tot de Heere van de oogst dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitzendt. (Mattheüs 9:37-38)

En wat was het gevolg van dit gebed en dit verlangen van Jezus? Er kwamen meer mensen in actie die werden aangesteld om het evangelie te prediken en zieken te genezen.

En Hij riep Zijn twaalf discipelen bij Zich en gaf hun macht over de onreine geesten om die uit te drijven, en om iedere ziekte en elke kwaal te genezen. (…) maar ga liever naar de verloren schapen van het huis van Israël. En als u op weg gaat, predik dan: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Genees zieken, reinig melaatsen, wek doden op, drijf demonen uit. U hebt het voor niets ontvangen, geef het voor niets. (Mattheüs 10:1-8)

Jezus, de grote Herder, besloot om ‘kleinere’ herders uit te sturen om zorg te dragen voor de schapen. De discipelen moesten de verloren schapen van Israël bereiken. Wat moesten ze precies doen? Prediken, zieken genezen, melaatsen reinigen, doden opwekken en demonen uitdrijven. Zie je dat God, als Herder, wil zorgen voor Zijn schapen? Niet alleen in hun geestelijke behoeften, maar ook in hun lichamelijke behoeften. Wij zullen de teksten uit het Nieuwe Testament in deel 2 verder behandelen, en keren nu terug naar Ezechiël 34.

Ik zal een andere herder over ze aanstellen, een die ze wél zal weiden: David, mijn dienaar. Hij zal ze weiden, hij zal hun herder zijn. Ik, de HEER, zal hun God zijn, en mijn dienaar David hun vorst. Ik, de HEER, heb gesproken. (Ezechiël 34:23-24, NBV21)

God vond het dus verschrikkelijk hoe de herders, de leiders van Israël, omgingen met de schapen. Daarnaast vond God het ook verschrikkelijk hoe de schapen met elkaar omgingen. Ook zij konden elkaar pijn doen en elkaar van het goede weerhouden. Daarom zou God een andere Herder over ze aanstellen. Dit was David. David is een beeld van Jezus. God beloofde dus dat Jezus over de kudde aangesteld zou worden als Herder. Eén ding is zeker: wij kunnen ons geen betere Herder voorstellen dan Jezus Christus. Hij zal ons verbinden, genezen en voor ons zorgen.

Dit prachtige beeld zien wij ook terug in Jeremia 23, waarbij God de herders verwijt dat zij niet zorgen voor de schapen, en God zelf voor nieuwe herders zal zorgen die wel voor de kudde zullen zorgen. God wil goede herders, die hun schapen verzorgen, en geen herders die over hun heersen en de kudde alleen laat. God heeft, als Herder, het beste met ons voor.

Reden 40: Genezing onder Zijn vleugels

Ik wil samen met jou gaan naar de profetie van Maleachi, het laatste profetenboek van het Oude Testament.

Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn; en u zult naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal. (Maleachi 4:2)

Dit Bijbelvers staat in een profetie die spreekt over de toekomst en over de dag des Heeren. De volle vervulling van deze Bijbeltekst ligt dus in de toekomst. Maar dit neemt niet weg dat deze belofte niet voor vandaag geldt. Ook vandaag mogen wij onder de vleugels van God verblijven. Dit beeld zien wij terug in Psalm 91.

Hij zal u beschutten met Zijn vlerken, onder Zijn vleugels zult u de toevlucht nemen, Zijn trouw is een schild en een pantser. U zult niet vrezen voor (…) de pest, die in het donker rondgaat, voor het verderf dat midden op de dag verwoest. Al zullen er duizend vallen aan uw zijde en tienduizend aan uw rechterhand – bij u zal het onheil niet komen. (…) De Allerhoogste hebt u tot uw woning gemaakt. Geen onheil zal u overkomen, geen plaag zal uw tent naderen. (Psalm 91:4-10)

Wij mogen vandaag al schuilen onder de vleugels van God. Wij worden beschermd door Zijn aanwezigheid. Zoals de kuiken veilig onder de vleugels van een moedereend verblijft, zo mogen wij veilig onder de vleugels van God verblijven. God zal ons beschermen en zal ons genezen. Wij mogen vandaag al de toevlucht nemen onder Zijn vleugels voor bescherming voor ziekten, goddeloosheid of gevaar.

Bewaar mij als Uw oogappel, verberg mij onder de schaduw van Uw vleugels. (Psalm 17:8)

Hoe kostbaar is Uw goedertierenheid, o God! Daarom nemen de mensenkinderen de toevlucht onder de schaduw van Uw vleugels. (Psalm 36:8)

Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt die naar u toe gezonden zijn, hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels, maar u hebt niet gewild! (Lukas 13:34)

Vandaag is er een plaats gereed onder de vleugels van God, waar jij jouw toevlucht mag zoeken. Het is een plek van genezing, goedertierenheid en bescherming. Zie jij je al vrolijk huppelend leven, zoals de kalveren dat doen als zij voor het eerst uit de stal komen? God wil dat wij vrolijk en gezond zijn en genieten van Zijn aanwezigheid en goedheid.

Reden 41: De ballingschap

Tot slot wil ik de profeten behandelen die spreken over de ballingschap. Zoals wij al lazen in de studies over de wet van Mozes, zou God het volk zegenen als zij de geboden van de wet zouden onderhouden. Wanneer zij dit niet deden, moesten zij in ballingschap gaan. God stuurde vele profeten naar het volk om hen te waarschuwen en op te roepen tot bekering. Wanneer het volk dit niet zou doen, zou de ballingschap komen en kregen ze te maken met ziekte en ellende. Ik laat je een aantal Bijbelverzen zien waarin God het volk opriep tot bekering in de profetenboeken. Ik wil je laten zien dat Gods oproep tot bekering vaak voorkomt in de profeten. God wilde dat het volk zich zou bekeren van hun slechte wegen, zodat God geen ellende, ziekte of ballingschap hoefde te sturen.

Maar als een goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, die hij gedaan heeft, en recht en gerechtigheid doet, zal hij zijn ziel in het leven behouden. Hij kwam tot inzicht en bekeerde zich van al zijn overtredingen, die hij gedaan had. Hij zal zeker in leven blijven, hij zal niet sterven. (Ezechiël 18:27-28)

Werp al uw overtredingen, waarmee u overtreden hebt, van u af en maak u een nieuw hart en een nieuwe geest. Waarom zou u sterven, huis van Israël? Ik schep immers geen behagen in de dood van een stervende, spreekt de Heere HEERE, dus bekeer u en leef! (Ezechiël 18:31-32)

Zoek het goede en niet het kwade, opdat u leeft! Dan zal de HEERE, de God van de legermachten, met u zijn, zoals u altijd zegt. (Amos 5:14)

Toen zag God wat zij deden, dat zij zich bekeerden van hun slechte weg. En God kreeg berouw over het kwade dat Hij gezegd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet. (Jona 3:10)

Het ene ogenblik doe Ik de uitspraak over een volk en over een koninkrijk dat Ik het weg zal rukken, af zal breken en zal doen ondergaan. Bekeert zich dat volk waarover Ik die uitspraak heb gedaan echter van zijn kwaad, dan zal Ik berouw hebben over het kwade dat Ik het dacht aan te doen. (Jeremia 18:7-8)

Misschien zullen zij luisteren en zich bekeren, zij allen van hun slechte weg. Dan zal Ik berouw hebben over het kwade dat Ik hun denk aan te doen vanwege hun slechte daden. (Jeremia 26:3)

Ook nu echter, spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij met heel uw hart, namelijk met vasten, met geween en met rouwklacht. En scheur uw hart en niet uw kleren. Bekeer u tot de HEERE, uw God, want Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid, en Hij heeft berouw over het kwaad. Wie weet zal Hij Zich omkeren en berouw hebben, zodat Hij een zegen achter Zich overlaat: een graanoffer en een plengoffer voor de HEERE, uw God. (Joël 2:12-14)

God sprak niet eenmalig door één profeet, maar over een lange periode door verschillende profeten. Het was niet Gods wil om Zijn volk in ballingschap te sturen of dat er verschrikkelijke plagen over het volk zou komen. God had het volk vaak gewaarschuwd.

‘Vanaf het dertiende regeringsjaar van koning Josia van Juda, de zoon van Amon, tot op de dag van vandaag, drieëntwintig jaar lang, heb ik telkens weer namens de HEER tot jullie gesproken, maar jullie hebben niet geluisterd. Steeds opnieuw heeft de HEER zijn dienaren, de profeten, naar jullie gezonden, maar jullie hebben niet geluisterd; jullie wilden hen niet eens aanhoren. Ze zeiden: “Geef je verdorven levenswandel op en breek met je kwalijke praktijken. Dan mogen jullie in het land blijven wonen dat de HEER jullie en je voorouders gegeven heeft, voor altijd en eeuwig. (Jeremia 23:3-5, NBV21)

Door de profeten liet God aan het volk Israël weten dat het zondigde en Hij wilde dat het volk zich zou bekeren van alle verschrikkelijke zonden die het deed. Wanneer de Israëlieten zich zouden bekeren, zou God berouw hebben over het kwaad dat Hij dacht en zou Hij hun herstellen. Dit beeld zien wij continu terug in de profeten. Helaas luisterden de Israëlieten niet naar de oproep van de profeten en bekeerden zij zich niet. Daardoor kwamen zij in ballingschap.

Wanneer wij kijken naar het kwaad dat God wilde zenden als het volk zich niet bekeerde, dan kunnen wij denken aan hongersnoden, ballingschap, ziekten en alle andere plagen die in de vloek van de wet van Mozes staan. Wij hebben de vloek al bestudeerd. Ik wil je kort laten zien dat één van de onderdelen van de vloek van de wet was dat er ziekte in het land zou komen. Zoals wij lazen was het de keuze van de Israëlieten om onder de vloek te leven of in de zegen. Door hun ongehoorzaamheid aan God leefden zij onder de vloek.

Ook iedere ziekte en iedere plaag die niet in het boek met deze wet geschreven is, zal de HEERE over u laten komen, totdat u weggevaagd wordt. (Deuteronomium 28:61)

Doordat het volk van Israël zondigde en God de rug toekeerde, begon God het te waarschuwen door profeten. Maar het volk Israël luisterde niet. Daarom kwamen er erge ziekten over het volk. God wilde dat het volk zou stoppen met zondigen, waardoor de ziekten en de ballingschap ook zou stoppen. Maar het volk luisterde niet. Daarom werden de Israëlieten ziek en kwamen zij in ballingschap, terwijl dit niet de wil van God was. Het was de eigen keuze en ongehoorzaamheid van de Israëlieten. Laten wij naar Bijbelteksten kijken die dit laten zien.

(…) Nu zal Hij aan hun ongerechtigheid denken en hun zonden straffen. (…) Al vasten zij, Ik luister niet naar hun geroep. Ook al brengen zij een brandoffer en een graanoffer, Ik zal in hen geen behagen scheppen, maar door het zwaard, door de honger en door de pest zal Ik een einde aan hen maken. (Jeremia 14:10-12)

Ik zal de inwoners van deze stad treffen, zowel mens als dier: door een grote pestziekte zullen zij sterven. (Jeremia 21:6)

Maar zoals de slechte vijgen, die vanwege hun slechte kwaliteit niet te eten zijn – want zo zegt de HEERE – zo zal Ik Zedekia maken, de koning van Juda, zijn vorsten, het overblijfsel van Jeruzalem, die in dit land zijn overgebleven en die in het land Egypte wonen. (…) Ik zal onder hen zenden het zwaard, de honger en de pest, totdat zij omgekomen zullen zijn uit het land dat Ik hun en hun vaderen heb gegeven. (Jeremia 24:8-10)

Daarom, zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, voorwaar, omdat u Mijn heiligdom verontreinigd hebt met al uw afschuwelijke afgoden en met al uw gruweldaden, daarom zal Ik u ook kaalscheren, u niet ontzien en zal Ik ook geen medelijden hebben. Een derde deel van u zal door de pest sterven en door de honger in uw midden omkomen. (…) (Ezechiël 5:11-12)

Of als Ik de pest in dat land zou zenden en Mijn grimmigheid erover bloedig uitstorten om daar mens en dier uit te roeien, en al zouden Noach, Daniël en Job in het midden ervan zijn, zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, geen zoon, geen dochter zouden zij kunnen redden, zíj zouden door hun gerechtigheid alleen hun eigen leven redden. (Ezechiël 14:19-20)

Zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zál u, Sidon! Ik zal Mij in uw midden verheerlijken. Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben, als Ik er strafgerichten voltrek en er geheiligd word. Ik zal de pest op de stad afsturen, en bloed op haar straten. De dodelijk gewonden zullen in haar midden vallen door het zwaard, dat van rondom tegen haar is. Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben. (Ezechiël 28:22-23)

Er staan in de profeten nog veel meer Bijbelteksten die spreken dat God de pest of andere ziekten naar het volk stuurt. Het is belangrijk om het volgende te beseffen: God stuurde geen ziekten naar het volk, omdat Hij dat graag wilde. God dacht niet: ‘Ik heb zin om het volk eventjes te treffen met de pest.’ Nee! God vond het juist verschrikkelijk dat het volk onder de pest leefde. Daarom stuurde Hij profeten die het volk opriepen om zich te bekeren. Wanneer het volk zich zou bekeren, zou ook de pest en de ziekte stoppen in het land.

Het is dus erg belangrijk om de teksten die spreken over God die ziekten naar Zijn volk stuurde in de juiste context te lezen. Wanneer wij de context begrijpen, zullen wij zien dat God sprak over de ballingschap en over de ongehoorzaamheid van de Israëlieten. Oftewel, God wil ons niet treffen met ziekten. Israël leefde door hun ongehoorzaamheid onder de vloek, en daardoor kregen zij te maken met ziekten. God stuurde profeten zodat de Israëlieten weer gezond konden worden en niet meer onder de vloek van ziekte hoefden te leven.

Samenvatting

In dit hoofdstuk zagen wij dat de profeten verwezen naar de tijd van de ballingschap, de komst van Jezus en Zijn wederkomst. Een bekende tekst over genezing staat in Jesaja 53, waar werd geprofeteerd dat Jezus onze zonden en ziekten zou dragen. Jezus leed verschrikkelijk aan het kruis en werd mishandeld voordat hij gekruisigd werd. Hij werd getroffen door zweepslagen en zijn bloed stroomde uit verschillende wonden. Dit alles deed hij om ons te genezen. Jezus betaalde de prijs van genezing met Zijn eigen leven. Hij heeft ons al gezond gemaakt, het is aan ons om dit te ontvangen in geloof zodat het zichtbaar zal zijn in ons lichaam.

Een andere bekende tekst over genezing staat in Jesaja 35, waarin staat dat de ogen van de blinden geopend zullen worden en de oren van de doven zullen horen. Dit werd vervuld in de tijd dat Jezus, de Messias, op aarde was en blijft relevant voor gelovigen vandaag. Jezus genas vele zieken en gaf zijn discipelen de opdracht om voor zieken te bidden en hen te genezen.

In de volgende reden zagen wij dat God zorgt voor Zijn schapen en wil dat zij gezond zijn. Hij roept leiders op om voor de schapen te zorgen en zieken te genezen. God wist dat aardse leiders tekort schoten, daarom stuurde Hij Zijn Zoon. Hij is de volmaakte Herder die de schapen zal genezen.

Onder de vleugels van God vinden we genezing, bescherming en rust. Wij mogen onder Zijn vleugels bescherming zoeken, en volgens Maleachi 4 vinden wij genezing onder Zijn vleugels. Dit beeld wordt bevestigd door Psalm 91.

Tot slot is het belangrijk om te begrijpen dat God geen ziekten naar Israël stuurde omdat Hij dat graag wilde. Hij stuurde profeten om hen te waarschuwen en op te roepen tot bekering, zodat ze genezen zouden worden. Het was Gods wil dat Zijn volk gezond was en in overeenstemming leefde met Zijn geboden. Ziekten en de ballingschap kwamen dus door ongehoorzaamheid en niet doordat God dit in Zijn soevereiniteit had bepaald.


Lees ook: